Vanaf 1898-1899 organiseert de Nederlandse Voetbal Bond (voorloper van de KNVB) een landelijke competitie. In Roosendaal wordt vanaf 1902 in clubverband tegen een bal aangetrapt. Sparta was de eerste Roosendaalse voetbalclub, maar verdween al na een paar jaar van het toneel. Concordia was in het begin van deze eeuw de bekendste club uit Roosendaal en speelde vanaf 1911-1912, onder de nieuwe naam Roosendaal Vooruit, in de officiële competitie van de NVB.
Op 31 juli 1912 richtten Anton Poldermans en Frans Mathijssen en nog enkele andere jongens uit de wijk Kalsdonk een nieuwe club op: Excelsior (dat “Hoger Op” betekent). De meeste spelers woonden in de arme wijk rondom de stijfselfabriek. Er werd met een stieken bal gespeeld, men had geen tenue, vaak deelden twee spelers één paar voetbalschoenen, er werd op diverse weilanden in Kalsdonk gespeeld en vaak werd de wedstrijd beëindigd omdat de politie eraan kwam. Na enige tijd kreeg de club een eigen speelveld: daar waar nu de Heilig Hartkerk staat. Men zocht zelf tegenstanders of speelde seriewedstrijden.
 |
In 1916 speelde men in de RK Voetbalbond en er volgden drie kampioenschappen. Na het laatste kampioenschap werd de overstap gemaakt naar de Brabantsche Voetbal Bond. De naam moest veranderd worden, omdat er al een Excelsior meespeelde. Vanaf het seizoen 1919-1920 heette de club: Oranje Wit, spelend op een nieuw veld: de wei van Braat, gelegen over de eerste “schuiven” rechts. In het eerste seizoen werd meteen het kampioenschap behaald (men was nu al twee jaar ongeslagen!). |
In 1920-1921 speelde de club op een veld in het centrum (waar tegenwoordig het Norbertuscollege staat). Er volgde promotie naar de NVB en weer werd de naam veranderd, nu in v.v. Roosendaal. Wederom werden enkele kampioenschappen behaald. Op 16 juli 1927 werd er gefuseerd met een andere Kalsdonkse club.: Roosendaalsche Boys en ontstond de naam RBC: Roosendaal Boys Combinatie. Het tenue werd oranje-wit. Tot aan de Tweede Wereldoorlog speelde RBC in de tweede klasse en eindigde het meestal in de middenmoot. Soms werden degradatiewedstrijden gewonnen (1928) of promotiewedstrijden verloren (1939).

In 1944 had RBC 500 leden en verscheen het eerste clubblad: de RBC-gids. Na de oorlog degradeerde RBC meteen uit de Zuidelijke 1e klas, maar keerde daar in 1949 in terug (toen de hoogste klasse van het Nederlandse voetbal). Men verhuisde in 1950 van het red Band Sportpark naar De Luiten in de Zwaanhoefstraat: kosten aanleg van de velden, bouw van de tribunes e.d.: ƒ40.000,00. RBC speelde in die tijd voor gemiddeld 6.000 toeschouwers.
In 1955 kwam RBC terecht in het betaalde voetbal. Eerst één jaar in de Eerste Klasse A, maar vanaf 1956 in de Tweede Divisie B. RBC werd kampioen en promoveerde naar de Eerste Divisie. In 1961 werd de Eerste Divisie gesaneerd: van de 36 profclubs moesten er 20 verdwijnen. In 1962-1963 miste RBC op ene haar na de promotie naar de Eredivisie. In het seizoen 1968-1969 volgde degradatie naar de Tweede Divisie en in april 1971 verdwenen hieruit dertien clubs, waaronder RBC, naar de amateurs.
Het eerste jaar bij de amateurs werd RBC meteen kampioen in de Tweede Klasse B. Het jaar daarop werd weer een kampioensschap gevierd en behaalde RBC de landstitel bij de zondagamateurs! Er volgden nog twee kampioenschappen, het laatste in de dan opgerichte Hoofdklasse C.
In het seizoen 1975-1976 volgde degradatie naar de Eerste Klasse E, waaruit pas weer in het seizoen 1979-1980 gepromoveerd werd. In augustus 1983 kwam RBC terug in het betaalde voetbal. Er werd gestart met een 3-0 overwinning tegen NAC in een uitverkocht Stadion De Luijten. In 1986 speelde RBC de finale om de KNVB-beker in stadion De Meer in Amsterdam tegen Ajax. RBC verloor eervol met 3-0. Sindsdien hield RBC zich meestal onopvallend op in de middenmoot van de Eerste Divisie. In 1988 werd wel een periodetitel behaald, maar in de nacompetitie speelde RBC geen rol van betekenis.

Tot het seizoen 1999-2000. In dat seizoen deed RBC weer eens van zich spreken. Voor de tweede keer in de geschiedenis wist het 1e elftal zich te plaatsen voor de nacompetitie. Hieruit volgde een absoluut hoogtepunt in het bestaan van RBC Roosendaal. De club bereikte voor het eerst in haar historie de hoogste afdeling van het Nederlandse voetbal, de Eredivisie! Helaas volgde meteen een degradatie.
Eind 1999 werd door de Ledenraad van de club de naam bij notariële akte veranderd in RBC Roosendaal. In november 2000 vond de verhuizing plaats naar het nieuwe stadion aan de Borchwerf en de Altrif Label Voetbal Opleiding op Sportpark Vierhoeven.
In het seizoen 2001-2002 behaalde RBC Roosendaal voor de derde keer de nacompetitie en wist deze wederom te winnen. Voor de tweede keer in haar bestaan komt RBC Roosendaal uit in de hoogste nationale voetbalcompetitie. Na vier opeenvolgende seizoenen op het hoogste niveau, en onder meer een meer dan verdienstelijke twaalfde en dertiende plaats in de eindrangschikking, komt er na het seizoen 2005-2006 een einde aan het verblijf van de club in de eredivisie. Met negen punten uit 34 duels degradeert RBC Roosendaal naar de eerste divisie. Iets wat de ploeg een jaar eerder nog via het winnen van de nacompetitie wist te voorkomen. Het seizoen erop plaatst de ploeg zich via een periodetitel voor de play-offs, waarin Excelsior over twee duels in de finale te sterk blijkt. Een jaar later moet RBC Roosendaal noodgedwongen een pas op de plaats maken. Door het vertrek van bepalende spelers als Edouard Duplan en Peter Jungschläger naar de eredivisie, komt de ploeg van trainer/coach Rob Meppelink niet verder dan een teleurstellende elfde plaats in de eindrangschikking.